Bomen in het Hagenpark

Door: Martin Mulder

Het beplantingsplan voor het nieuwe Doepark in het Hagenpark zal moeten voorzien in zo veel mogelijk inheemse beplanting. Dat zijn planten die van nature thuis horen in de omgeving van Almelo en in het park passen bij de specifieke groeiplaats (= Niche). Inheemse planten hebben de hoogste ecologische waarden. Oikos is Grieks voor ‘huis’ en dat is wat de eco(afgeleid van oikos)logie bestudeert. Hoe meer variatie in het ecosysteem van een park, hoe meer groei- en leefplekken (Niches) je creëert voor planten en dieren.

De plek van het Hagenpark heeft een historie van natuur, landbouw, wonen en industrie (eerst molen en later textiel). Het is in het verleden ook een parkeerplaats geweest voor het vroegere St. Elisabeth ziekenhuis, met zo hier en daar groene plantvakken. Vanaf de jaren ’80 is het een stadspark.

De bodem als basis

De bodemsamenstelling in het Hagenpark is oorspronkelijk een beekeerdgrond. Een door de mens door bewerking en bemesting ontstane zwarte bovenlaag met daaronder een variatie aan zandafzettingen en oude veenlaagjes en kleilagen van de vroegere Almelose Aa, toen dit riviertje zich nog slingerend en regelmatig overstromend kon gedragen. Die kleilagen, afgezet bij vroegere overstromingen, zorgen nu dat het regenwater niet snel wegzakt en kunnen ook een horizontale grondwaterstroom opleveren richting de Almelose Aa.

Bomen in het park

Bij een beplantingsplan begin je altijd met de bomen. Die hebben de meeste invloed op de structuur van het park en hebben veel invloed op wat er onder en naast zou kunnen groeien.

De huidige bomen in het park hebben verschillende leeftijden. De oudste is de grote zilveresdoorn (Acer saccharinum). Die staat aan de zijde van de Hagenborch, en haalt vanuit het park gezien een groot deel van dit woonwinkelcomplex uit het zicht. Deze is geplant in 1940 en staat nu dus zo’n 78 jaar in het park. Normaal worden tegenwoordig bomen al vrij groot geplant en zijn ze van kiem af vaak al wel 10 jaar oud voor dat ze in een park aangeplant worden. Dan zou deze boom dus al zo’n 90 jaar oud zijn.

Maar met de oudere bomen in het Hagenpark is iets bijzonders aan de hand. De oudere bomen zijn allemaal bijna vanaf de grond vertakt. Je kijkt als het ware in de boomkroon. Ze moeten dus als niet opgekroonde, struikachtige boompjes aangeplant zijn en hebben daarna, zonder enige bemoeienis door de mens, prachtig op de voor de soort eigen manier kunnen uitgroeien. Die natuurlijke groeivorm, de zgn. habitus, maakt dat het zulke karaktervolle bomen zijn.

De volgende volledig uitgegroeide bomen in het park hebben die fraaie habitus: langs het water naast het gemetselde kunstwerk een amberboom (Liquidambar styraciflua 1960), Op de hoek bij De Hofkamp een watercypres (Metasequoia glyptostroboïdes 1960), in het midden voor De Hofkamp een fantastische varenbeuk (Fagus sylvatica ‘Aspleniifolia’ 1960).

Daarnaast, nu aan de zuidzijde van het nieuwe fietspad een goudbonte vederesdoorn (Acer negundo ‘Aureomarginatum’ 1980). Het bijzondere is dat die bontbladige eigenschap – uit selectie door de mens ontstaan – bij ‘niets doen’ vaak in de loop der jaren verdwijnt. Je ziet nog delen met bonte bladeren in de kroon, maar ook bij deze vederesdoorn is het grootste deel weer teruggelopen naar ‘gewoon’ groen. De natuur kiest ook bij cultuurbomen toch voor de sterkste manier van overleven, en dus de oorspronkelijke groene bladeren met meer bladgroen.

Op het schiereilandje, dat ontstaan is door de aanleg van de retentievijver, staat een moerascypres (Taxodium distichum 1980). Deze is  wat jonger, maar tot recent was deze nog vertakt tot op het maaiveld. Het mooie is dat deze moerascypres fraaie ademwortels zal laten zien, nu de wortels in contact komen met de oever van de vijver. Dat duurt nog wel even, maar het levert bijzondere ‘kabouterhuisjes’ op.

Tiny Forest 

In de zuidwest hoek van het park, waar het fietspad vanuit de stad begint, is een leuk uitgegroeid bosje te vinden. Er staat een mix van uitgegroeide half inheemse bomen in als valse acacia (Robinia pseudoacacia) en haagbeuk (Carpinus betulus). Deze oudere bomen in het bosje zijn van 1960. Er staan ook jongere bomen in. Je kunt er mooi doorheen lopen en het gevoel ervaren dat je door een bos loopt. Dit bosje is eigenlijk een uitgegroeid voorbeeld van de nieuwste rage in duurzaamheidsland, nl. het zgn. Tiny Forest. Kleine snelgroeiende bosjes van inheemse bomen en struiken leveren verkoeling in tijden dat binnensteden in de zomer erg warm kunnen worden. Ze verlagen de hittestress. In het beplantingsplan zullen zo hier en daar in het park ook nog nieuwe Tiny Forests aangeplant worden. Er is niet zo veel ruimte voor, maar enkele kleine bosjes zullen zo hier en daar de gelaagdheid van het park versterken. Het nog aan te leggen moerasbosje (olmenbos) langs de Almelose Aa is daar een voorbeeld van.

Exotische bomen

Dat het de niet inheemse, gecultiveerde sierbomen zijn die voor de komende jaren het groene beeld bepalen is voor het Hagenpark helemaal niet erg. Grote bomen, zo natuurlijk uitgegroeid, bieden toch voor veel stadsfauna nest- en schuilgelegenheid. En grote bomen geven sowieso een prettige omgeving om te verblijven door verkoeling, schaduw, fijn stof absorptie en CO2 afvang.

Er leven niet veel insecten in exotische bomen, toch de basis voor de voedselketen. Het voordeel is dan weer dat je onder die cultuurbomen beter een moestuin, een speeltoestel, zit- of eetplekken kunt maken, omdat je dan geen last hebt van rupsen, honingdauw, en ander ‘natuurlijk gespuis’ dat uit die boom kan vallen. Dat is ooit ook één van de belangrijkste redenen geweest om exotische bomen naar Nederland te halen. Niet alleen voor het plaatje, maar ook om rustig een soepje onder de boom te kunnen eten. De monniken zijn er vroeger mee begonnen, door voor de schaduw in hun tuinen met geneeskrachtige kruiden grote brede exotische bomen aan te planten.

Deze oudere, prachtig natuurlijk uitgegroeide bomen geven het Hagenpark direct na herinrichting een zeer volwassen uitstraling. Door juist een aantal later aangeplante rijen lindebomen en nog wat jongere, minder bijzondere bomen te kappen, ontstaat er een park met mooie zichtlijnen naar de directe omgeving en daarnaast visuele afscherming naar de andere, meest bewoonde gebouwen. Een goede balans tussen borging van privacy, afscherming van licht en geluid enerzijds, en anderzijds een open structuur naar de omgeving. Deze aanwezige natuurlijk ogende ordening van de oudere bomen is dan ook de basis geweest van het verder in de organische Engelse landschapsstijl uitgewerkte ontwerp van het Natuurhuspark.

Over de genoemde bomen is op internet natuurlijk nog veel meer te lezen met betrekking tot de herkomst en seizoen gerelateerde eigenschappen.

Dit artikel is eerder verschenen in het Natuurhus Magazine.

X